Rasstandaard Geschiedenis Opvoeding Rangorde Zindelijkheid

 

Rangorde

Roedelgedrag

Honden zijn, evenals hun wilde voorvaderen, roedeldieren. In roedels heerst een strikte hiërarchie, met aan het hoofd een alfa-dier dat de absolute leiding heeft over de groep. De leider heeft veel privileges. Zo mag hij bijvoorbeeld als eerste eten, hij mag zijn ondergeschikten ongestraft bijten (corrigeren) wanneer ze in zijn ogen ongepast gedrag vertonen en iedereen gaat netjes voor hem uit de weg. Pups zien in beginsel hun baas als alfa-hond, omdat een mens van nature hoog boven een hond uittorent en dus dominant is. Pas wanneer de baas signalen afgeeft die de hond in verwarring brengen, gaat hij daar over twijfelen. Hij kan dan, puur instinctmatig, proberen het leiderschap in het gezin op zich te nemen. Dit is duidelijk merkbaar doordat de hond ongehoorzamer en 'humeuriger' wordt. Hij gromt bijvoorbeeld wanneer de eigenaar hem wil verzorgen of ergens wil gaan zitten waar de hond al zit of ligt. Gehoorzaamt de eigenaar niet, dan kan het gedrag door de hond gecorrigeerd worden. Is het eenmaal zover gekomen, dan wordt de hond meestal als schuldige aangewezen - volkomen ten onrechte. De hond volgt zijn instinct. De rust en veiligheid in de roedel lopen in zijn ogen gevaar met een wispelturige of onzekere leidersfiguur, dus werpt hij zich op als zodanig.

U bent roedelleider

Als eigenaar van uw nieuwe hond bent u dus tevens zijn roedelleider. Uw hond wil van u niets anders dan dat u consequent bent en grenzen stelt. De wetenschap dat hij deel uitmaakt van een roedel, hoe klein ook, met duidelijke regels, geeft hem zelfvertrouwen en rust. Roedelleider bent u niet alleen tijdens de opvoedingsperiode; u bent het iedere dag opnieuw, zolang uw hond deel van uw gezin uitmaakt.

Rangorderegels

>> Geef de hond geen vrije toegang  door het hele huis. Dit privilege is voorbehouden aan de andere gezinsleden, omdat zij hoger in rang zijn dan de hond. Bepaalde kamers in het huis zijn consequent taboe. Een eventuele verdieping is hiervoor heel geschikt.

>> Geef de hond pas te eten als iedereen al gegeten heeft. De ranghogeren eten altijd het eerst. U   kunt uw hond ook op heel andere  tijdstippen eten geven dan uw eigen etenstijden. 

>> Speel niet met de hond als hij u      daartoe wil dwingen Hij commandeert u om hem aandacht te schenken en dicht zichzelf hiermee een ranghogere positie toe - de roedelleider bepaalt wanneer er gespeeld of geaaid wordt en hoelang.

>> Loop niet naar de hond toe om hem te aaien of knuffelen ... maar roep hem altijd bij u.

>> Ga nooit op de grond liggen, maar houd uw gezicht altijd hoger dan de kop van de hond. Een ranghogere neemt nooit een letterlijk lagere positie aan dan de ranglagere.

>> Laat uw hond nooit 'winnen' met spelletjes. U bemoeit zich niet met zijn eigen speeltjes, maar voor baashondspelletjes gebruikt u aparte speeltjes die u na het spelen opbergt geeft u ze achteraf aan de hond, dan heeft hij van u ‘gewonnen’.

>> Loop altijd voorop, de hond volgt u.  Accepteer niet dat uw hond bepaalt waarheen de wandeling voert, als eerste het huis uit loopt of een andere ruimte betreedt. De roedelleider gaat altijd voorop, de ranglagere moet de leider volgen.

 

Voer weghalen?

Tot voor kort werd gedacht dat een roedelleider een kluifje of voer mag afpakken van een hond. Dit is echter niet zo. In de natuur mogen ranglagere wolven dat wat ze hebben bemachtigd altijd houden! U kunt het uw hond wel leren: pak de voerbak als de hond nog jong is al geregeld af, leg er iets lekkers bij (zoals een stukje leverworst of kaas), en geef de bak direct weer terug. Het hondje leert hiervan dat het afpakken van een voerbak alleen maar voordeel brengt en u voorkomt hiermee dus op een niet-confronterende manier dat hij gaat grauwen en snauwen –of- erger- bij de bak!

 

Kinderen en rangorde

Hoewel Jack Russells en kinderen doorgaans goede maatjes zijn, is veel natuurlijk afhankelijk van de manier waarop de kinderen met de hond omgaan en de ervaringen die de hond heeft opgedaan met kinderen. In principe zien de meeste honden kinderen tot een leeftijd van ongeveer negen jaar niet voor 'vol' aan en tolereren ze van jonge kinderen evenveel als ze van onvolwassen pups zouden doen. Maar er zijn uitzonderingen en niet alle problemen die met kinderen kunnen ontstaan, hoeven het gevolg te zijn van rangordeproblemen. Vanzelfsprekend leert u uw kinderen dat ze uw nieuwe huisgenoot nooit als speelgoed mogen gebruiken, dat ze hem niet plagen en hem niet optillen en ronddragen; hij heeft pootjes gekregen om te lopen. Een hond, hoe betrouwbaar hij ook is of lijkt, mag nooit samen met een kind zonder toezicht worden gelaten. Kinderen kunnen in hun onwetendheid of -onderzoeksdrang de hond soms pijn doen-- en het gevolg laat zich raden. Het omgekeerde gebeurt ook nogal eens. Een jonge Jack Russel1 is heel speels en heeft scherpe tandjes. Gillende en weghollende kinderen zijn natuurlijk onweerstaanbaar om er achteraan te hollen. Gegil en gegiebel alom, maar uw hond je raakt hierdoor nog meer opgewonden en denkt dat de kin, deren met hem aan het spelen zijn. Uw hond heeft geen handjes, dus 'pakt' hij de kinderen vast met zijn scherpe tandjes. Het gevolg; huilende kinderen, een mopperende baas en een onthutst hondje dat er helemaal niets meer van begrijpt. In de praktijk is het niet altijd mogelijk om toezicht te houden. In dat geval laat u de hond in de kamerkennel of in een andere ruimte, zodat er geen ongelukken kunnen gebeuren.

Om te voorkomen dat de verhouding tussen uw kinderen en de hond verstoord wordt, leert u uw kinderen dat ze:

>> de hond altijd naar zich toe moeten roepen en nooit zelf op hem mogen af stappen (of, erger, kruipen);

>> de hond met rust moeten laten wanneer hij eet of slaapt;

>> geen commando's mogen geven  zonder toezicht van een volwassene;

>> niet op de grond mogen liggen met de hond erbij; de hond nooit recht mogen aanstaren;

>> van zijn etensbak, speeltjes en kluifjes moeten afblijven;

>> alleen niet-confronterende spelletjes met de hond te doen, dus geen vechtspelletjes of spelletjes die door uw hond als zodanig kunnen worden opgevat.  Speurspelletjes en apporteren zijn in dit opzicht veilig.

Veel (bijt-)ongelukken en problemen met honden zijn te wijten aan een verkeerde interpretatie van de lichaamstaal en het gedrag van de hond.Op een goede cursus kan u dat geleerd worden, maar er zijn ook diverse goede publicaties verschenen over het onderwerp lichaamstaal – doe er uw voordeel mee.