Rasstandaard Geschiedenis Opvoeding Rangorde Zindelijkheid
 

Zindelijkheidstraining

Elke hond is zindelijk

In principe is elke pup van nature zindelijk. Geen enkele geestelijk gezonde hond vindt het namelijk prettig om op n plaats te slapen, te spelen, te eten en zijn behoefte te doen. Deze ingebouwde zindelijkheid is al goed te zien bij jonge pups in het nest. Zodra hun moeder hun plasjes en ontlasting niet meer opruimt, proberen de pups zich zo ver mogelijk van het slaapnest te ontlasten. Het is belangrijk dat ze hiervoor de kans krijgen; de fokker moet zorgen voor voldoende ruimte en het verblijf waarin de pups gehouden worden, moet enkele keren per dag goed schoongemaakt worden. In zeldzame gevallen wil het wel eens gebeuren dat een 'fokker' de boet (schuurtje) met de Franse slag schoonmaakt en te weinig ruimte biedt. De pups hebben dan geen andere keuze en er kan gewenning optreden die tot gevolg heeft dat ze het ook op latere leeftijd normaal vinden om hun nestplaats te vervuilen. Deze honden kunnen hun nieuwe eigenaar tot wanhoop drijven, omdat ze de normale zindelijkheidsregels bijna niet meer kunnen leren. Betrekt u een pup van een verantwoordelijke fokker, dan hebt u het pleit op het zindelijkheidsvlak al half gewonnen.

Hondenuitlaatplaats

Wanneer u uw pup in huis haalt, is hij al min of meer zindelijk. Het enige wat u hem nog moet bijbrengen, is dat hij niet alleen zijn nestplaats, meestal de kamerkennel of mand, maar ook de rest van het huis als 'slaapnest' moet beschouwen. Met de zindelijkheidstraining kunt u al vanaf de eerste dag beginnen. Kies hiervoor een plaats buitenshuis die u snel kunt bereiken en waar uw pup zich de gehele periode van zindelijkheidstraining kan ontlasten.In de meeste gevallen zal dit uw tuin zijn of een groenstrook vlak bij uw huis. Houd er rekening mee dat de puppy-entingen uw hondje slechts ten dele beschermen tegen ziekten. Hij is dus nog steeds bevattelijk voor ziektekiemen die zich onder meer in ontlasting van andere honden kunnen bevinden. Het is dan ook van belang om 'broeihaarden', zoals drukbezochte hondenuitlaatplaatsen te vermijden totdat uw puppy volledig ingent is. Meestal. is dit rond een leeftijd van ongeveer twaalf tot veertien weken.

Herkenning van geurtjes

Maak bij de zindelijkheidstraining gebruik van het feit dat honden gewoontedieren zijn en een uitstekend reukvermogen hebben. De geur van een eerder plasje of hoopje blijft voor een hond lange tijd herkenbaar. Deze zo vertrouwde geur zet hen aan om op dezelfde plaats in de herhaling te gaan. Daarom is de zindelijkheidstraining zeker succesvoller, wanneer u uw hondje steeds op dezelfde plaats de kans geeft om zich te ontlasten. Maar let op, binnenshuis geldt dit ook. Uw Jack Russell Terrier heeft de mogelijkheid om dwars door de geur van de meeste schoonmaakmiddeltjes heen zijn eigen geurtjes te herkennen en in herhaling te gaan. Ongelukjes binnenshuis moeten dan ook zo veel mogelijk worden voorkomen. Hiervoor moet u uw puppy zeker de eerste weken goed in het oog houden. Normaliter ontlasten pups zich, nadat ze gegeten hebben en vlak nadat ze wakker geworden zijn, maar het kan in het begin echt geen kwaad om uw puppy consequent ieder uur mee naar buiten te nemen. Ziet u uw puppy rondsnuffelen en draaien, pak hem dan direct op en zet hem buiten op de toiletplaats neer. Roep hem niet naar buiten, omdat een ongelukje onderweg niet uit te sluiten is.

's Nachts

De nachten zijn vanuit de zindelijkheidstraining gezien vaak het moeilijkst. Uw puppy is overdag gewend dat hij vaak de kans krijgt om zich buitenshuis te ontlasten, maar dat ligt 's nachts anders. Het beste kunt u uw pup de nachten door laten brengen in de kamerkennel. Om de kans op succes te vergroten zorgt u ervoor dat uw pup met een zo leeg mogelijk spijsverteringsstelsel de nacht in gaat en haalt u voer- en drinkbakken weg. Voordat u gaat slapen - het liefst zo laat mogelijk - laat u uw pup nog uit en let u erop dat hij werkelijk iets doet. 's Morgens vroeg bent u er als de kippen bij om hem opnieuw de kans te geven zich te ontlasten. Het kan zinvol zijn om tijdens de eerste weken de wekker te zetten, zodat u uw puppy halverwege de nacht nog eens uit kunt laten.

 

Beloon uw puppy niet terwijl hij nog rondsnuffelt of aanstalten maakt, maar doe dat pas wanneer hij werkelijk een plasje of hoopje doet.

 

Straffen?

Het is begrijpelijk dat u de aandrang voelt om uw puppy te straffen wanneer hij binnenshuis steeds de fout in gaat. Toch is dit vanuit verschillende oogpunten alleen maar af te raden. Betrapt u uw pup op heterdaad en straft u hem daarvoor, dan kan hij het idee krijgen dat u niet wilt dat hij zich binnen uw gezichtsveld ontlast. Zo'n puppy gaat dan ook zijn uiterste best doen om dat te voorkomen. Tijdens aangelijnde wandelingen doet uw puppy niets, maar bij thuiskomst zoekt hij een plekje buiten uw gezichtsveld. Het kan moeilijk zijn om honden die dit gedrag eenmaal vertonen, nog op andere ideen te brengen. Evenmin is het verstandig om een puppy te straffen voor een ongelukje dat eerder heeft plaatsgevonden. Honden leggen namelijk de link tussen de straf en wat ze doen op het moment dat ze straf krijgen. Straft u uw puppy voor een 'oud' hoopje of plasje, dan vaart u in de ogen van uw puppy zonder enige aanleiding tegen hem uit; hij was al lang ergens anders mee bezig. De 'schuldige' houding die uw puppy aanneemt tijdens uw tirade is in wezen niets anders dan angst voor u, zijn grillige roedelleider, waar hij maar geen hoogte van kan krijgen. Tijdens de zindelijkheidstraining straft u dan ook nooit. U krijgt uw pup het beste zindelijk door zo veel mogelijk te voorkomen dat hij in de fout gaat, hem in de gelegenheid te stellen het goed te doen en hem duidelijk en heel vrolijk te belonen wanneer hij het goed doet. Gaat uw pup binnenshuis in de fout, zeg dan helemaal niets, maar pak hem op en zet hem buiten. Gaat hij daar verder, dan beloont u hem uiteraard. Wanneer u niet op hem kunt letten, gebruikt u de kamerkennel.

Emoties

Er is een aantal vormen van 'onzindelijkheid' die eigenlijk niets met zindelijkheid te maken hebben, bijvoorbeeld de zogenaamde deemoedsplasjes. Hierbij stelt een pup zich uiterst onderdanig op door zich op de rug te rollen, zijn blik af te wenden, zijn staartje tussen de achterpoten te klemmen en vervolgens wat urine te laten lopen. Het is de extreemste manier die een hond ter beschikking staat om u te laten weten dat hij de aller-, allerlaagste in rang is. Deemoedsplasjes komen vaker bij pups voor dan bij volwassen honden, omdat pups vaker onzekerder over zichzelf en hun plaats in de roedel zijn. Zeker van nature onderdanige hondjes kunnen dit gedrag geregeld vertonen, vooral bij een confrontatie met hun (dominante) roedelleider, bijvoorbeeld wanneer ze gestraft worden of wanneer u zich in de ogen van uw puppy uiterst dominant opstelt. Met onzindelijkheid heeft dit absoluut niets van doen en u mag het nooit bestraffen. Integendeel; een soepelere houding zal bij hondjes die uw leiderschap als erg bedreigend ervaren vaak verbetering geven.
Een andere emotie die gepaard gaat met het laten lopen van urine zijn de 'vreugdeplasjes'. Uw puppy is zo blij wanneer u thuiskomt of hem aanhaalt, dat hij de controle over zijn blaas verliest. Ook dit is geen onzindelijkheid; uw hondje heeft nauwelijks in de gaten dat het wat laat lopen en kan het ook niet voorkomen. De meeste honden groeien over deze periode heen. Intussen kunt u de schade binnenshuis beperken door uw hondje min of meer te negeren wanneer u thuiskomt, het vervolgens naar de tuin te roepen en het daar pas uitgebreid te begroeten.

 

Jonge honden hebben tot een leeftijd van 5 6 maanden nog geen volledige controle over hun blaas. 'Ongelukjes' behoren tot die leeftijd dan ook tot de mogelijkheden.
 

Ontlasten op verzoek

Het is mogelijk om uw hondje te leren om zich op verzoek te ontlasten. Dit kan heel handig zijn, zeker wanneer u in een drukke woonwijk woont en er bij u in de buurt hondentoiletten zijn waarvan uw hond verplicht gebruik moet maken. In de praktijk houdt dat in dat u uw hondje eerst naar een hondenuitlaatplaats of -toilet meeneemt, waar hij in de gelegenheid gesteld wordt zich te ontlasten, en vervolgens met hem kunt gaan wandelen zonder dat hij overlast veroorzaakt. U leert uw pup dit verzoek door aan zijn daad een woordje te verbinden dat u speciaal hiervoor gebruikt, bijvoorbeeld 'plasje'. Steeds wanneer uw hondje op eigen initiatief een plasje of hoopje doet, zegt u heel vriendelijk 'plasje, braaf!' tegen hem, ongeacht op welke plaats hij dat buitenshuis doet. Al vrij snel koppelt een intelligente hond het woord 'plasje' aan zijn daad en zal hij aandrang krijgen wanneer u dat woord uitspreekt. Het is dan voldoende om het woordje uit te spreken op een plaats waar hij zich mag ontlasten, bijvoorbeeld op een hondenuitlaatplaats. Vergeet niet uw hondje te belonen als het daadwerkelijk wat doet.

 

Plotseling optredende onzindelijkheid bij een hond die al een poos zindelijk is, kan duiden op een onderliggend gezondheidsprobleem, zoals suikerziekte, blaasontsteking of een nierstoornis. Laat uw hond dan ook eerst onderzoeken door een dierenarts voordat u conclusies trekt.